item2

Rini Hurkmans

Een duister, maar kleurrijk toevluchtsoord

 

De beelden van Rini Hurkmans (1954, woont en werkt in Amsterdam) bieden tegenwicht aan de harde realiteit. Hurkmans zoekt een ‘thuis’ in een wereld op drift. Dit thuis of Homeland zoals het in verschillende kunstwerken wordt genoemd, is een onderkomen dat aan het privÈdomein ontstijgt. Het is een toevluchtsoord voor de menselijke verlangens en herinneringen die in de chaos van het bestaan dreigen te vervluchtigen, of met geweld teniet worden gedaan.
Homeland, Part IX (2008) is een wandreliÎf van textiel: een verzameling aan elkaar genaaide stukjes rode stof, waar in het wit namen van witte bloemen op zijn geborduurd. Ertussen bevindt zich ÈÈn bloem met blaadjes en al, die lang geleden uit kantklos werd vervaardigd door de moeder van de kunstenaar. Als geheel doen de lapjes denken aan stukjes land in een landkaart of landschap; het rood is de kleur van de liefde maar evenzeer van het lijden en van de dood. Daardoor verandert de verzameling veldjes, met in verschillende handschriften telkens ÈÈn bloemennaam, ook in een herinneringsbeeld: het werk is ontroerend als merklap en nagedachtenisteken ineen.
Deze gevoelige associatie wordt nog versterkt door de relatie die dit werk aangaat met andere beelden uit Hurkmans’ oeuvre, in het bijzonder met de video-installatie Blossom uit 2006. Beide werken worden dan ook in elkaars nabijheid getoond.
Wie het wandreliÎf bekijkt, hoort tegelijk de aanzwellende, ritmische slag van de processieachtige muziek die de video vergezelt. Blossom onthaalt het publiek op dat ritme in een schemerwereld: een duistere, maar ook kleurrijke installatie met een dubbele projectie. Links in dit videotweeluik volgen fotoportretten van overleden jongens en mannen elkaar op. Het zijn Iraanse slachtoffers uit de oorlog tegen Irak. Rechts verglijden beelden van vrouwen die op de markt in Iran prachtige stoffen keuren, passen en kopen.
De foto’s van de mannen zijn gevat in glazen kastjes, die met bloemen en stoffen tot kleine interieurs zijn omgevormd. Ze zijn, omlijst met gordijntjes, gedecoreerd als bruidskamers. Zo wordt op de begraafplaats door de nabestaanden tegemoet gekomen aan de belofte dat deze martelaren (‘gevallen bloemen der natie’) in het hiernamaals het paradijs bereiken, waar maagdelijke bruiden hen opwachten.
Het is een liefdevol maar verdrietig ritueel, dat een scherpe rand geeft aan de beelden ernaast: aan heel dat levendige betasten en beproeven van de stoffen op de markt. Voor wie zullen deze in het zwart geklede vrouwen zich in schitterende gewaden hullen, waar zoveel mannen getrouwd zijn met de dood? Toch komt er ook een jonge vrouw in beeld die inderdaad een kanten bruidsluier schikt, we zien haar in het voorbijgaan: de belichaming van de hoop.
Behalve over de slachtoffers van de oorlog tussen Iran en Irak (1980-88), die meer dan 100.000 IraniÎrs en Koerden het leven kostte, gaat Blossom over de universele emoties die gepaard gaan met verlies: het verlies van veiligheid en het verlies van dierbaren.
’Wij zijn allemaal getuigen van wereldtrauma’s als zulke oorlogen, het zou vreemd zijn je daar niet toe te verhouden’, zegt Hurkmans. ‘In onze internationale samenleving ligt de vraag naar overeenkomsten voor de hand: hoe gaan wij om met onze gestorven geliefden? Andere culturen en religies hebben tradities die voor ons herkenbaar of waardevol kunnen zijn. Blossom thematiseert universele relatievormen: de band tussen moeder en zoon; man en vrouw.’
In haar werk reageert Hurkmans op de dreiging en de gevolgen van geweld in de wereld rondom, en zoekt ze naar een uitweg in de kunst: naar een Homeland, dat troost biedt. Maar ze maakte ook een speciale vlag die, onafhankelijk van politieke, religieuze, sociale of culturele instellingen, een waarde hoog houdt waar de wereld gebrek aan heeft. Haar Flag of Compassion (2002-nu), wit met een goudgele horizontale band, is een symbool van menselijk mededogen.

bibliography

video